|
Het Kasteel
Omstreeks 1230 liet de prins-bisschop van Brixen/Bressanone een woontoren met drie verdiepingen bouwen als verblijf voor zijn afgevaardigden. De toren werd in 1290 voor het eerst vermeld als “turris in Geder” (toren in Quadra – een quadra was de oppervlakte-eenheid die de Romeinen in berggebieden gebruikten om stukken land te verkavelen). Ze wordt er beschreven als het centrum van de rechterlijke macht in de streek.
Tot 1331 werd de streek bestuurd door de Rodank-Schöneck familie, vazallen van de prins-bisschop van Brixen/Bressanone. In de daaropvolgende jaren werden een versterkte kanteelmuur en een nieuw bijgebouw rond de centrale toren geplaatst. Het nieuwe gebouw, het “Paleis”, werd als woonverblijf gebruikt. Ook de toren zelf, die als graanschuur diende, werd uitgebreid met twee nieuwe verdiepingen.
In 1426 bracht de prins-bisschop Berthold het rechtsgebied onder directe controle van het bisdom en stelde functionarissen aan die instonden voor de administratie en de rechtspraak.
Na 1580 werden verdere uitbreidingswerken uitgevoerd. Het romaanse Paleis werd uitgebreid tot zijn huidige dimensies. Langs de wallen werden twee ronde wachttorens bijgebouwd.
Toen de prins-bisschop in 1803 de heerschappij over de streek verloor werd het kasteel opgekocht door lokale boerenfamilies, die in het kasteel bleven wonen tot het een museum werd.
|